Het voorlopig compromis op hoofdlijnen omvat de volgende elementen:
De zomercursussen in Nederland en Vlaanderen voor buitenlandse studenten Nederlands blijven bestaan in aangepaste, goedkopere vorm, in eerste instantie voor 150 tot 200 studenten per jaar.
De toeslagen voor moedertaaldocenten Nederlands in Midden- en Oost-Europa blijven gehandhaafd, in eerste instantie voor driekwart van het huidige bedrag. De criteria voor deze regeling worden wel verduidelijkt, en toeslagen worden meer gerelateerd aan de lokale omstandigheden.

Er wordt een Adviesgroep Financiële Openheid ingesteld die de IVN en de Taalunie in het najaar zal adviseren over een inzichtelijke financiële verslaglegging van het buitenlandbeleid van de Taalunie.

Met de Nederlandse en Vlaamse overheid is overeengekomen dat er onderzoek wordt gedaan naar de meerwaarde van het ‘cultureel kapitaal van de Lage Landen’. Het onderzoek moet overheden helpen (nieuw) beleid te formuleren voor de internationale positie van de Nederlandse taal en cultuur.

Lees verder op de site van de Taalunie.