In de komende periode zal de Onderwijsinspectie instellingen via de website www.onderwijsinspectie.nl op de hoogte houden van het ontwikkeltraject Toezicht op educatie. Ook organiseert de Onderwijsinspectie een themabijeenkomst op 2 oktober 2014 waar aandacht zal worden besteed aan dit onderwerp. Voor deze bijeenkomst verstuurt de Onderwijsinspectie uitnodigingen aan de instellingen.

 

De uitgangspunten die hierbij zullen worden gehanteerd, zijn de volgende:

  1. Er komt een apart waarderingskader voor overige educatie. Het waarderingskader is toegespitst op de opleidingen (WEB art. 7.3.1) en de daarvoor vastgestelde eindtermen.
  2. Het waarderingskader moet aansluiten op het inspectiebrede toezichtkader. In de periode waarin dit nieuwe waarderingskader wordt ontwikkeld (heden tot augustus 2016) wordt steeds overeenstemming gezocht met het toezichtkader.
  3. Het waarderingskader overige educatie dient toepasbaar te zijn voor ‘andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen’ (WEB art. 1.4a.1). In het waarderingskader zullen daarom verwijzingen naar relevante wetsartikelen worden opgenomen. Het waarderingskader dient aan te sluiten bij de wetswijziging van de minister omtrent overige educatie. Daarin is aangegeven dat de verantwoordelijkheid voor besteding van het educatiebudget bij gemeenten ligt en dat de verplichte besteding bij roc’s los wordt gelaten. Gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid om een aanbod overige educatie te bepalen en uit te zetten door organisaties de opdracht te geven aanbod te verzorgen. In het aanbod wordt onderscheid gemaakt tussen formele en non formele educatie. Formele educatie betreft instellingen met diploma-erkenning en non formele educatie betreft aanbieders zonder diploma-erkenning. Alleen instellingen met een diploma-erkenning kunnen studenten in de gelegenheid stellen om de opleiding te laten af te sluiten met een diploma. De inspectie houdt alleen toezicht op formele educatie.
  4. Het waarderingskader is geordend in kwaliteitsgebieden en kwaliteitsaspecten (standaarden). Het waarderingskader educatieopleidingen is onderverdeeld in drie kwaliteitsgebieden te weten onderwijsproces/examinering en diplomering, wettelijke vereisten en kwaliteitsborging. Dit in lijn met het toezichtkader. Voor onderwijsproces/examinering en diplomering en kwaliteitsborging zullen aangepaste portretten worden opgesteld; voor wettelijke vereisten is dit waarschijnlijk niet nodig. Opbrengsten overige educatie worden waarschijnlijk niet beoordeeld aan de hand van een norm. Wel wordt het presteren vergeleken met de eigen doelstellingen die de instelling daarvoor heeft. Dit maakt onderdeel uit van het gebied kwaliteitsborging. De inspectie wil afspraken maken met DUO voor de levering van gegevens die nodig zijn voor het toezicht.
  5. Toezicht op overige educatie wordt gekoppeld aan de onderzoeken Staat van de Instelling. De Staat van de Instelling zal worden uitgevoerd met een onderzoek bij één (steekproef) educatieopleiding en een onderzoek naar kwaliteitsborging instellingsbreed voor zover het educatie betreft.

Bij de portretbeschrijvingen van gebied 1 (onderwijsproces/ examinering/diplomering) zullen zo veel mogelijk onderzoeksresultaten over voorwaarden voor effectief leren van laaggeletterde volwassenen het uitgangspunt zijn.

 

Voor meer informatie zie: www.steunpunttaalenrekenenmbo.nl.